zondag 6 november 2011

'Zoals HIJ het zag' Elliot Roosevelt -1947-

'Zoals HIJ het zag' -Elliot Roosevelt-1947






Uit: Hoofdstuk III Van Argentia tot Casablanca
...Jij denkt dat je alleen maar uitgezonden wordt om opnamen te maken van een hoop woestijnzand en dat het zonde is van de tijd en van de film, die er aan besteed wordt. Maar zo is het niet. Bekijk het eens van deze kant: Het is toch van betekenis om te zorgen dat China kan blijven oorlog voeren?'
'Ja, dat zal wel.'
'Zonder China, als China verloren heeft, hoeveel divisies Japanse troepen komen dan vrij - en waar worden die voor gebruikt? Denk eens aan Australie, denk eens aan India - en het is zo klaar als een klontje. kijk nu eens naar het Midden-OOsten.'
'Japan ?' vroeg ik ongelovig.
'Wat belt de Japanners en de Nazi's om een reusachtige tangbeweging uit te voeren, die ergens in het Nabije Oosten z'n scharnier heeft, de Russen geheel afsnijdt, ons de toegang tot Egypte belet en alle verbindingslijnen door de Middellandse Zee onbruikbaar maakt?'
'Ja...Maar wat heeft Afrika daar mee te maken?'
'Hoe krijgen we op het ogenblik materiaal naar China?'
'Langs de Birma-Weg.'
'En als die in de handen van de Jappen valt?'
'dan per vliegtuig vanuit India.'
'Juist. Dat is de enige snelle weg. Maar dan moeten we het materieel eerst naar India brengen...'
'Ah, nu zie ik het. Door de Middellandse Zee.'
'Bekijk het nog eens uit een andere hoek. Je weet hoe moeilijk het is om scheepsladingen veilig naar de Sovjet Unie te krijgen. De route naar Moermansk...''
'Zelfmoord.'
'Daarom willen we het nu door de Perzische Golf doen. Maar zullen we dan tot in het oneindige om de Zuidpunt van Afrika moeten varen? En vergeet niet dat er zelfs op Madagascar mensen genoeg zijn die geen ogenblik zouden aarzelen om Japanse of Duitse onderzeeers hulp te verlenen. We hebben de route door de Middellandse Zee nodig. en dus..'
'Afrika. Ja, nu zie ik het. Ik snapte het eerst niet omdat ik niet begreep waarom we niet alles naar Engeland sturen en de Nazi's van daar te lijf gaan.'
'Hadden we de produktie maar vlugger op gang kunnen krijgen.'Vader glimlachte bitter. 'Hadden we maar honderd dingen eerder gedaan. Wat we weten is dit. De Chinezen doden een boel Jappen en de Russen nog meer Nazi's. We moeten zorgen dat ze daar mee door kunnen gaan totdat onze legers en onze vloten klaar zijn om een handje te helpen. Daarom moeten we beginnen met hun honderd - nee duizend - keer zoveel materiaal te zenden als ze tot nu toe van ons hebben gekregen.

British Pathé : 'Aid for China'

Hoofdstuk IV
De Conferentie te Casablanca
...Ver na middernacht nam de Prime Minister afscheid. Vader was vermoeid, maar nog steeds spraakzaam en opgewonden na zijn tocht, mededeelzaam en blij me weer te zien. Ik zat op zijn kamer, terwijl hij naar bed ging en hield hem nog wakker onder het roken van twee of drie sigaretten. Niet alleen omdat ik het prettig vond hem weer te zien, maar ook omdat er een paar dingen waren die mij die avond erg verbaasd hadden.

'Heb ik mij het nu verbeeld,' begon ik, 'of maakte de Prime Minister zich werkelijk helemaal geen zorgen over de Gaulle's pruillipje?'
Vader lachte. 'Ik weet het niet. Maar ik hoop het in de komende dagen te weten te komen. Voor mezelf heb ik een sterk vermoeden'- en hij sprak zeer nadrukkelijk - . dat onze vriend de Gaulle nog niet naar Afrika gekomen is, omdat onze vriend Winston het nog niet nodig heeft gevonden om hem uit te nodigen. Ik ben er bijna zeker van dat de Gaulle op het ogenblik zo ongeveer alles zou doen wat de Prime Minister en het Engelse Ministerie van Buitenlandse Zaken hem zou vragen'.
'Waarom?'

'Belangen vallen samen. De Engelsen zijn van plan hun koloniale rijk te handhaven en het ligt in hun lijn om de Fransen te helpen hun kolonien te behouden. Winnie is een groot voorstander van de status quo, vind je niet?'
Dit herinnerde aan de discussie in Argentia, maar misschien op een hoger plan. Vader grinnikte over iets wat hem te binnen schoot.
'Wat is er Paps?'

'Ik dacht aan Mountbatten,'antwoordde hij. 'Weet je waarom Winston Mountbatten hier mee heengebracht heeft? De bedoeling is me de oren vol te toeten met argumenten die bewijzen moeten hoe belangrijk het is om landingsschepen af te staan voor Zuid-Oost-Azie.'
Verbazing en ongeloof waren op mijn gezicht te lezen.

'Nou en of,'zei hij. 'Birma. De Engelsen willen Birma heroveren. Dit is de eerste keer dat ze enige werkelijke belangstelling voor de oorlog in de Stille Oceaan aan de dag leggen en waarom? Omdat het om hun kolonien gaat!'
' Maar wat heeft dat met Mountbatten te maken?'
'Zij hebben hem uitgekozen voor geallieerd opperbevelhebber in een geheel nieuw gebied - Zuid-Oost-Azie.'

'En Europa dan?' vroeg ik. 'Hoe staat het dan met de aanval over het kanaal?
En het 'zachte onderlijf van Europa'?'

'Maak je geen zorgen. Mountbatten heeft een boel charme en hij kan aardig praten, maar ik betwijfel toch ten sterkste of hij erin zal slagen Ernie King te overtuigen. Probeer maar eens een deel van onze Zuidzee- landingsschepen uit zijn vingers te krijgen ! Of zelfs maar om landingsschepen van zijn operatieterrein naar elders te verplaatsen.'

Die geschiedenis met Birma bleef me bezig houden, al scheen vader dan ook nog zo overtuigd dat het allemaal niets te betekenen zou hebben.
'Het staat allemaal in verband met de kwestie van de Engelse kolonien,'zei vader. 'Birma - dat beinvloedt India en Frans Indochina en Indonesie - het hangt allemaal met elkaar samen. Als één er van vrij wordt, geeft dat de andere ideeen. Daarom is Winston er zo op gesteld dat de Gaulle in zijn hoekje blijft zitten. Die heeft er evenmin enig belang bij om een koloniaal rijk te zien verdwijnen als Churchill.' p67-69
p102 Vrijdag 22 januari 1943...'Hij [de Gaulle] zei, geloof ik, ook iets over de Franse kolonien?'...'Je hebt gelijk. Hij heeft duidelijk genoeg verklaard dat hij van de Geallieerden verwacht, dat ze alle Franse kolonien onmiddellijk na de bevrijding weer onder Frans toezicht zullen stellen. En weet je, afgezien van het feit dat de geallieerden nog maanden en zelfs misschien jarenlang het militaire gezag moeten handhaven in de Franse kolonien van Noord-Afrika, ben ik er nog helemaal niet met mijzelf over eens of we er wel juist aan zouden doen Frankrijk ooit zijn kolonien terug te geven, zonder dat we voor elke kolonie afzonderlijk de een of andere belofte, de een of andere verklaring verkregen hebben van wat zij nu eigenlijk ermee van plan zijn ten opzichte van het toekomstige regime.'
'Ho ho, Paps, dat begrijp ik niet helemaal. Ik weet dat kolonien blangrijk zijn - maar ze behoren tenslotte aan Frankrijk... Hoe kunnen wij dan praten over niet teruggeven?'
hij keek me aan. 'Maar hoe behoren ze aan Frankrijk? Waarom behoort Marokko, bewoond door Marokkanen, aan Frankrijk? Of neem bijvoorbeeld Indochina. De Jappen hebben die kolonie nu in bezit. Waarom was het voor hen zo gemakkelijk om dat land te veroveren? De inheemse bevolking was zo uitgemergeld dat ze dacht: alles moet beter zijn dan h et Franse koloniale stelsel! Moet een land aan Frankrijk toebehoren? Welke logica, welke gewoonte en welke historische regel is daarvoor aan te voeren?'
'Ja maar...'
'Ik praat nu over een andere oorlog, Elliot.'zei vader plotseling met scherpe stem. 'Ik denk aan wat er gebeuren zal met onze wereld als we na deze oorlog zullen toestaan dat miljoenen en miljoenen terugglijden naar een staat van verkapte slavernij!'
'en bovendien,'meende ik, 'hebben we het recht iets te zeggen. Tenslotte bevrijden wij Frankrijk.'
'Je hoeft geen ogenblik te geloven, Elliot, dat Amerikanen nu in de Stille Oceaan zouden vechten en sterven als de Fransen, de Engelsen en de Hollanders niet zo kortzichtig en inhalig waren geweest. Moeten wij hen toestaan dat allemaal nog eens opnieuw te beginnen? Jouw zoon zal over vijftien of twintig jaar precies de goede leeftijd hebben.'
'Zouden de Verenigde Volkeren - als die organisatie eenmaal tot stand is gekomen - die kolonien niet over kunnen nemen? Onder mandaat - of als beheerders voor een bepaald aantal jaren?'
'Nog één ding, Elliot en dan schop ik je eruit. Ik ben moe. Maar onthoud wat ik zeg: Als we de oorlog gewonnen hebben zal ik er uit alle macht voor werken om te voorkomen dat de Verenigde Staten in een positie worden geschoven waarin ze genoodzaakt zullen zijn de Franse imperialistische belangen te accepteren of hulp verlenen aan het Britse Rijk voor zijn koloniale eerzucht.'
Hij wees op het knopje van het licht bij de deur en daarna op de deur zelf.
...Zaterdag 24 januari
p108 'Ik zou graag één indruk met de jouwe willen vergelijken, Elliot. Eén ding zou ik graag weten.'
'Wat?'
'Ik zou graag willen weten...'Hij aarzelde en begon opnieuw. 'Zie je, de engelsen hebben de eeuwen door altijd hetzelfde gedaan. Steeds kozen zij hun bondgenoten voorzichtig en met overleg. en steeds zijn ze erin geslaagd om uiteindelijk weer aan de top te komen en in dezelfde reactionaire greep de volkeren der wereld en de markten van de wereld vast te houden aan het eind van iedere oorlog die ze ooit hebben doorgemaakt.'
'Ja...'
'Dit keer zijn wij Engeland's bondgenoot. en het is goed dat we ht zijn. Maar...eerst in Argentia, later in Washington en nu heir in Casablanca heb ik Churchill en de anderen trachten duidelijk te maken, dat, hoewel we hun bondgenoten zijn en tot aan de definitieve overwinning aan hun zijde staan, zij zich nooit behoeven te verbeelden dat we hen alleen maar helpen om hen te steunen in hun verouderde, middeleeuwse koloniale opvattingen.'
'Ik geloof dat ik begrijp wat u bedoeld,'zei ik. 'En ik geloof dat zij het ook wel begrepen hebben.'

vrijdag 14 mei 2010

'Nieuwe feiten over Oisterwijks verzet in '40-'45 ' in 't Kerkklokje ; 21okt.1992

Kerkklokje 75e jaargang Nummer 43 -21 oktober 1992-

Nieuwe feiten over Oisterwijks verzet in ’40-‘ 45.

Komende maandag, 26 oktober, kan Oisterwijk de 48e verjaardag vieren van de bevrijding. ’t Kerkklokje grijpt dat feit aan voor een gesprek met twee prominente vertegenwoordigers van het verzet in onze woonplaats:

Bim van der Klei, tegenwoordig woonachtig in Gedrop en Mark van de Snepscheut. Het gesprek vond plaats in het woonhuis van Van de Snepscheut in Eindhoven. De oud-verzetsmannen hadden er behoefte aan om feiten en achtergronden te vertellen die een aanvulling kunnen zijn op wat er al gepubliceerd is in de twee Oisterwijkse oorlogsboeken. Bijzondere aandacht krijgt daarbij Jan Linthorst, een Oisterwijkse verzetsman die op 19 augustus 1944 in het kamp Vught om het leven werd gebracht.

Vanwege het historische belang van de feiten die Van der Klei en Van de Snepscheut kennen, heeft eerstgenoemde (die blind is) zijn verhaal op papier laten zetten door W. Tensen uit Heemstede. Het onderstaande is zowel ontleend aan dat document als aan
het bovengenoemde gesprek dat op 16 oktober 1992 plaatsvond. Van der Klei schrijft:

‘Wat nu de geschiedenis van de verzetsgroep en vooral ook de rol van ‘oom Jan’ Linthorst betreft, allereerst het volgende: In het voorjaar van 1943 was ik, samen met de student René Norenburg uit Tilburg ondergedoken bij boerenmensen in Haaren.[1][2][3]
Wij leerden daar de gebroeders Van de Weijer uit Haarlem kennen via de gemeenteambtenaren D. Visser en M. v.d. Wildenberg, die ons vieren persoonsbewijzen hadden verschaft. [4]

Geërgerd over wat er in ons land gebeurde en vrijwel tot nietsdoen gedwongen, rees ook bij ons de behoefte om verzet te plegen. Daar wij gemerkt hadden dat de beide ambtenaren op dit punt contacten hadden boven de grote rivieren, stelden wij voor ons hiermee in contact te brengen. Dit lukte. Wij kregen bezoek van twee verzetsmensen uit het noorden met wie we de diverse mogelijkheden bespraken. Het bleek dat wij te maken hadden met leden van de zogenaamde Raad van Verzet (RVV), een organisatie die wij niet kenden.

Sabotage

De mannen maakten op ons een zeer gemotiveerde en besluitvaardige indruk. Gezien ook het verloop van de oorlog ging het om meer offensieve vormen van verzet.
Wij zegden onze medewerking toe en ontvingen enige materialen, echter geen wapens. Contactman werd R. Garschagen uit Baarn, die ik bij toeval kende. Deze sprak over de mogelijkheden van sabotage maar vooral ook over een geschikte plaats voor het opslaan van en het oefenen met wapens. Norenburg en ik beloofden hem daarbij te helpen.
De beide broers Van de Weijer pleegden in die tijd enige aanslagen op materiële doelen.

Na een overval door ons op het gemeentehuis in Haaren dook ik voor korte tijd onder in Den Bosch. Men had mij verzocht daar een oefening te houden met enige groepen van de RVV voor het verbreken van telefoonverbindingen rond de stad.
Dit gelukte slechts ten dele, waarna ik onderdook in Moergestel.

Mijn distributiebescheiden kreeg ik van de plaatselijke afdeling van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. (LO), met name van de Oisterwijkers Gerrit van der Linden en kapelaan Sleegers.



Jan Linthorst

Het was intussen begin 1943 en via Van der Linden had ik mijn eerste gesprek met het verzet met de heer Linthorst (‘oom Jan') die ik als Oisterwijkse dorpeling reeds kende. Linthorst gaf mij het adres van een pastoor in Sterksel met wie Norenburg en ik een onderhoud hadden.

Via deze man kregen wij enige achtergebleven wapens uit de meidagen ’40 en het adres van de beheerder van de staatsbossen uit de omgeving. Deze man beloofde zijn medewerking aan het plan van Garschagen, die daarop de relatie overnam. Norenburg zou voortaan koerierswerk doen voor de RVV, terwijl ik zou zorgdragen voor de activiteiten in de omgeving van Oisterwijk.
Linthorst beloofde zijn medewerking, hoewel het duidelijk was dat hij reeds te zwaar was belast. Hij was niet alleen betrokken bij tal van illegale zaken, maar had ook veel moeite om zijn bedrijf, dat surrogaatzeep en –schoensmeer produceerde, draaiende te houden. Hij had ongeveer 40 werknemers in dienst die vrijwel allen weigerden om in Duitsland voor de oorlogsindustrie te werken of die daar, na hun verlof, niet wensten terug te keren. Deze mensen hadden meest valse papieren.

De directies van het arbeidsbureau en het rijksbureau voor chemische producten waren op de hoogte en gaven illegaal hun volledige medewerking. ‘Oom Jan’ Linthorst was een actieve hulpvaardige man, die, naar het mij leek, geen angst kende. De directe leiding over het productiepersoneel, met de daaraan verbonden problemen, was toevertrouwd aan Mark v.d. Snepscheut, die ook mij alle medewerking verleende.

De bedrijfsleider, Jan Brunnekreef, onderhield het contact met de diverse instanties.

Linthorst kon zijn bedrijf, i.v.m. de benodigde vergunningen en ‘Ausweise’ alleen draaiende houden als hij ook leverde aan de ‘Wehrmacht’. Hij gaf bovendien grote bedragen voor het vrijkopen van gearresteerde Nederlanders. Linthorst verzocht mij hem te willen helpen bij het transport en onderbrengen van neergeschoten, geallieerde vliegers, waarvoor hij in
diverse plaatsen in Brabant contacten had. Zo zorgde onder meer de groep ‘André’ in Sprang-Capelle voor de passage naar België.



‘Lange Jan’

Door het contact met de RVV ontmoette ik tijdens een bespreking op het kasteel in Deurne voor het eerst ‘Lange Jan’ Thijssen, voorman van de RVV. Mijn kordate vriend Martien van de Weijer en ik waren nog wel actief, maar het leek mij toch wenselijk aan het werk wat meer gestalte te geven. Tijdens het gesprek bleek dat Thijssen problemen had met het vinden van een regionale commandant voor Brabant. Hij vroeg mij in mijn gebied een verzetsgroep te vormen en wij bespraken het werk dat wij zouden doen.

Het was bekend dat de Duitsers door het gebrek aan brandstoffen grote transportproblemen hadden, waardoor veel per spoor geschiedde en dat zij op het gebied van de telecommunicatie vooral op kabelverbindingen waren aangewezen. Voor het vormen van een nieuwe groep was het gebied rond Oisterwijk zeer geschikt. Enige tijd daarna bracht ‘Lange Jan’ Thijssen samen met zijn vrouw een bezoek aan Oisterwijk. Wij hadden een gesprek met Linthorst die hem bovendien met enige zaken, zoals valse stempels en vergunningen, kon helpen. Linthorst stelde ook zijn kleine laboratorium ter beschikking voor het vervaardigen van eenvoudige fosforbrandbommen.
Thijssen bevestigde nogmaals dat sabotage aan de verbindingen, vooral wanneer de bevrijding nabij zou zijn, van het grootste belang was.
De zozeer benodigde wapens, springstoffen en een instructeur kon hij echter nog niet toezeggen. Ik woonde nu op kamers in Moergestel, waarvan het adres aan vrijwel niemand bekend was.

Visser, V.d. Wildenberg, Norenburg, Garschagen - en later ook Martin v.d. Weijer- werden gearresteerd. Mijn arrestatie mislukte omdat ik veilig was ondergedoken. V.d. Weijer kwam weer los en Garschagen overleefde de kampen. De anderen hebben wij nimmer teruggezien.

Als contact-man met Thijssen fungeerde voortaan W. Thomas uit Rotterdam. Deze had ook het losgeld van Linthorst aan de Sicherheits Dienst (SD) in Den Haag overhandigd.

Drama

De hulp aan her en der verborgen vliegers bij de terugkeer naar hun basis was van groot belang. Men verkreeg daarbij ook vele illegale contacten in allerlei plaatsen. Daartoe behoorde eveneens de familie Van Bruggen-van Moorsel te Eindhoven, die ik al voor de oorlog kende. Via dit adres kwam ook ‘Hansje’ Gerritsen, die gezocht werd en voor
wie dringend een onderduikplaats nodig was, naar Oisterwijk.[5] Linthorst stelde hem in zijn laboratorium te werk. (…)

In Juni/juli 1944 beschikten wij over voldoende mensen voor een nieuwe groep. Ondertussen was de kleine kern van die groep steeds actief geweest.
Voor hun onderdak, papieren e.d. zorgde voornamelijk de plaatselijke LO.

Omdat ik ook nog een clandestien examen moest afleggen, werd het werk mij te veel. Ik vroeg toen Wim Tensen, een oude schoolvriend uit Tilburg die al in het verzet zat, mij te assisteren. Het huis en de fabriek van Linthorst bleven voor allerlei doeleinden beschikbaar.

Op een dag kregen we bericht van Van Bruggen dat met spoed vijf vliegers moesten worden ondergebracht. Dit lukte via een contact van Linthorst in Tilburg. Tensen ging voor het regelen van het transport naar Eindhoven. Men wenste daar het vervoer in een politieauto in twee ritten na de avondklok zou plaatshebben. Het werd een drama.

De eerste drie vliegers werden zonder problemen via Oisterwijk, eerst door Van Bruggen en daarna onder leiding van Brunnekreef, naar het adres van Coba Pulskens in Tilburg overgebracht. Het tweede transport met de twee resterende vliegers, o.l.v. Brunnekreef, werd door een Duitse wegcontrole te Moergestel aangehouden en ontmaskerd. Toen de politieauto niet terugkeerde, waren wij gewaarschuwd.

Mark v.d. Snepscheut ging naar Linthorst en bezwoer hem het huis te verlaten en die dag in de bossen door te brengen. Linthorst was zeer ontdaan; hij was ongewoon nerveus en onzeker in zijn beslissingen. Hij volgde het dringende verzoek niet op, bleef thuis en werd korte tijd later gearresteerd.

Wij konden nog slechts allerlei belastende zaken, waaronder wapens, uit het huis en het bedrijf verwijderen. Wat ‘oom Jan’ bezielde, is Mark v.d. Snepscheut en mij nimmer duidelijk geweest. Hij was een goedlachse, vrolijke man, maar op zijn eigen manier zeer principieel; een vrome man ook die, naar ik hoorde, reeds in de crisisjaren verarmde en gedupeerde mensen bezocht en hielp waar hij kon. Ik acht het niet uitgesloten dat hij bewust thuis bleef en dat hij zijn troeven, die hij waarschijnlijk overschatte, heeft willen uitspelen om nog iets voor de anderen te kunnen redden. Hij heeft zich vergist.
Voor de hulp aan geallieerde vliegtuigbemanningen was er maar één straf. Jan Linthorst werd op 19 augustus 1944 op 54-jarige leeftijd, samen met enige anderen onder wie Van Bruggen en Brunnekreef, te Vught gefusilleerd. Het verhaal over de even zo moedige als hulpvaardige Coba Pulskens in Tilburg is bekend. (Zie: Rik Oerlemans e.a.: Oorlog in Oisterwijk, Oisterwijk 1984. Red.) (…)

Jan Thijssen werd najaar 1944 bij De Woeste Hoeve gefusilleerd.[Jan Thijssen werd op 8 november 1944 gearresteerd en op 8 maart 1945, samen met 116 verzetstrijders, als represaillemaatregel voor de aanslag op Hanns Albin Rauter, gefusilleerd. R.]



Cor Wortel

Bij de inmiddels gevormde, slechts ten dele bewapende verzetsgroep, voegden zich begin september via Tensen enkele illegalen uit Tilburg. In de nacht van 5 op 6 september 1944 had een succesvolle aanslag plaats op de spoorlijn van Tilburg naar Boxtel waarbij beide lijnen volledig werden geblokkeerd. Hoewel de aanslag in de daaropvolgende nacht op de lijn van Tilburg naar Den Bosch (bij Helvoirt) meer risico en spanning opleverde dan de vorige, mislukte dit vanwege de strenge Duitse bewaking van de spoorbaan. Na terugkeer van deze actie werden we bij de ingang van het dorp door kapelaan Sleegers opgewacht met het bericht dat de Duitse politie ons kwartier in het dorp had omsingeld en met hand- granaten had bestormd. Wij hadden geen uur eerder thuis hoeven te komen of we hadden in de val gezeten. Na dit voorval trokken we ons terug in de bossen, waar we betrekkelijk veilig waren. Kort daarop hadden twee van ons in de bossen een vuurgevecht met de Duitsers, waarbij Cor Wortel werd doodgeschoten.
Aangeslagen door de dood van hun vriend, trok de kleine groep Tilburgers zich terug in hun stad. (…)



Gerard van der Linden

In de dagen voor de bevrijding hadden we het contact met de landelijke commandant van de RVV verloren. Hoewel we ons nog sterk met de RVV verbonden voelden, waren we in menig opzicht steeds meer aangewezen op de LO/KP. Gerard van der Linden heeft ons voortreffelijk voorzien van voedsel, berichten e.d. Hij gaf ons ook de opdracht door van Frank (J.A. van Bijnen), landelijk sabotagecommandant van de LO/KP, tot het onklaar maken van Duitse verbindingen. Later werd van der Linden wnd. districtscommandant
van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) in Oisterwijk. (Zie: Leo van der Pijl: Oisterwijk na de bevrijding in Zorgvolle Tijden, Oisterwijk 1991).

In die dagen begon ook de Duitse uittocht. Ik verkende nog eenmaal het dorp en sprak met vertrekkende Duitsers. Het was duidelijk dat zij niets meer van de oorlog verwachtten.- (…)

Het was op dat moment niet te bevroeden dat onze bezetting nog bijna twee maanden zou duren.



Balsvoort

Het Duitse gezag herstelde zich snel. Tot mijn verwondering meldde zich op mijn huis adres bij mijn vader een geheime agent (H. Engel) met zender. Deze kwam uit Eindhoven en was vanuit Tilburg per ziekenauto vervoerd. Hij werd in een boerderij ondergebracht en deed van daaruit zijn werk. Wij hielden ons in de bossen beschikbaar en verbeterden
onze uitrusting door Duitse patrouilles aan te houden en ze te ontwapenen.
Voorlopig werden zij ondergebracht op de boerderij van de familie Schut op Balsvoort,
waar zich ook regelmatig onderduikers ophielden.

Toen we rond de dertig krijgsgevangenen hadden, werd ons kamp ontdekt door een verdwaalde Duitse patrouille. Het was op zo’n korte termijn niet mogelijk onze Duitse gevangenen elders onder te brengen en we moesten ze laten gaan. (…)

Het gelukte ons in het frontgebied nog een kleine brug op te blazen waarbij we gebruik maakten van door Hansje Gerritsen en Appie Nijboer buitgemaakte springstoffen.
Voorts zagen we kans een aantal belangrijke ondergrondse kabelverbindingen te vernielen. Tenslotte hadden enigen van ons een ernstig treffen met een Duitse politie-eenheid die door kordaat optreden van ‘Lange Wim’ van Enter met eerder buitgemaakte automatische wapens werd verjaagd. (…)

Kort voor de bevrijding werd de groep veiligheidshalve ontbonden. Wij kwamen met verschillende geallieerde onderdelen Oisterwijk binnen, terwijl een van ons de Airbornes naar Boxtel bracht. Allen vierden daarna in Oisterwijk hun welverdiende bevrijding.’

Tot zover het, enigszins ingekorte, op schrift gestelde verhaal van Bim van der Klei.

Wie belangstelling heeft voor het volledig document kan dat inzien bij het Streek-archivariaat, waar het heden door de redactie van dit blad is gedeponeerd.



Aanvullingen

Tijdens het interview verstrekten Van der Klei en Van de Snepscheut nog een aantal aanvullende mededelingen.

- De verzetsactiviteiten vonden nooit in de Oisterwijkse dorpskern plaats, maar juist op behoorlijke afstand. Van der Klei:
‘We wilden het de bevolking niet aandoen dat de Duitsers, uit represaille, tien mensen tegen de muur zouden zetten.’

- Het doodschieten van de gebroeders Schut zou nooit gebeurd zijn als de oorlog een normaal verloop had gehad. De bevrijders kwamen acht weken later dan verwacht werd.

- Van der Klei: ‘Wij hadden niet de bedoeling oorlogje te voeren. Het was een puur defensieve toestand. Ons doel was om vlak achter het front verbindingen, zoals bruggen en spoorlijnen, te verbreken.’

- Een van de sabotagedaden was het doorsnijden van een telefoonkabel aan het einde van de Oirschotse Dijk die via Tilburg oostwaarts liep.

- Sabotage aan Duitse vrachtauto’s, waar bommetjes ingegooid werden, gebeurde o.a.door Boy Ecurie. (Zie over hem: Wim Brugman jr.:

De verzetsman Wim Brugman in Zorgvolle Tijden, blz. 93-97).

- Mark v.d. Snepscheut, die in 1922 in Oisterwijk werd geboren, is een broer van Piet, die werkzaam is op het bureau burgerzaken van de gemeente Oisterwijk.

- Het bedrijf van Linthorst heette 'Saboena'. De fabriek heeft in Oisterwijk over verschillende panden de beschikking gehad, o.a. over gebouw 'De Schuur' aan de Hoogstraat.

Linthorst kwam in 1934 naar Oisterwijk. Aanvankelijk verdiende hij de kost met de verkoop van beelden voor kerststallen en met gevelbelettering. Jan Linthorst was niet gehuwd. Hij woonde, met twee eveneens ongetrouwde zussen, in een huis aan 'De Lind' naast Bob van Oss. Door zijn fabriek wist hij heel wat mensen te onttrekken aan de Duitse ‘Arbeitseinsatz’. Het werk bij 'Saboena' was smerig. Van de Snepscheut: ‘Wat Linthorst gedaan heeft, is geweldig ondergewaardeerd.’ Van de Snepscheut werkte aanvankelijk bij 'schoenfabriek Renata'. Nadat die in 1941 moest worden stilgelegd wegens gebrek aan grondstoffen, kon hij bij 'Saboena' terecht. Na de arrestatie van Linthorst heeft Van de Snepscheut de fabriek nog enige tijd draaiende gehouden.

- Van der Klei zegt gekwetst te zijn door de opmerkingen van burgemeester Verwiel
(zie het artikel van Leo van der Pijl in Zorgvolle Tijden) dat de daden van zijn verzetsgroep ‘kwajongenswerk’ waren. Van der Klei wil overigens geen oordeel geven over de rol van burgemeester Verwiel in oorlogstijd: 'Ik durf geen oordeel over burgemeester Verwiel te geven en ik doe het ook niet.’

-Met het geld dat Linthorst door 'Saboena' verdiende, kocht hij mensen vrij. Volgens Van der Klei heeft Linthorst, via stroman Wim Thomas, op het kantoor van de SD in Den Haag minstens twee verzetsmensen vrijgekocht. Een van hen was de directeur van het productschap voor chemische producten. Via dat productschap kreeg Linthorst de grondstoffen voor 'Saboena'.


Hier volgen nog enkele toevoegingen van de mijzelf - ik ben een neef van René Norenburg, een van de medeonderduikers van Bim van der Klei in Haaren-.

Noten :
[1] Pas in 1950 kon het Nederlandse Rode Kruis officieel bevestigen dat René Norenburg in het voorjaar van 1945 in Duitsland was omgekomen. Bekijk de video met een brief van Bim van der Klei uit het najaar 1950, waarin Bim van der Klei schrijft dat hij zich heeft voorgenomen om een onderscheiding aan te vragen voor zijn gevallen kameraden.
[2] Zie hier ook enkele foto's en brieven van René Norenburg ten tijde zijn onderduikperiode in Haaren.

[3] In 1978 stelde Bim van der Klei zijn oorlogsherinneringen op schrift in autobiografisch manuscript getiteld 'De Smalle Weg'. Lees hier de pagina's -p55t/m63- De onderduiktijd van Bim bij de familie Hoevenaars en de overval op het Gemeentesecretariaat van Haaren in de nacht van 13 op 14 januari 1944.

[4] De ' Roof-overval ' op het gemeentehuis van Haaren van 14 januari 1944, - kopie van het verslag van Martin van de Weijer uit het Nederlands Oorlogs-documentatiecentrum NIOD.

[5] In 'Vrijgevochten', de autobiografie van Hans Gerritsen, leest men in een bijlage een vroeger verslag van Oisterwijks verzet door Bim van der Klei.


woensdag 24 maart 2010

windsurf

- Cap d'Agde 1980 -


- Lelystad Houtribsluizen 1996? -





De Eerste Heilige communie, met het prentje van mijn oom erbij !
Top 40 van week 45 1967

donderdag 18 maart 2010

'Rozenkruiser Kosmologie 'Max Heindel 1923


Vergelijk M.Heindel's diagram 'de vorm van het menselijk lichaam' met het begrip 'homunculus' in de fysiologie van de hersenen. Uit: 'Fysiologie van de Mens, dr.J.Bernards&dr.N.Bouman



English version of the diagram



Uit : Max Heindel in de ‘Leer der Rozekruisers’ of mystiek christendom.
1924 ‘Gnosis’ Amsterdam, ('by permission of mrs. Max Heindel and the Rosicrucian Fellowship, an international Association of Christian Mystics, with Headquarters at Oceanside, California')


'De meeste moderne wijsbegeerten erkennen involutie en evolutie. Wetenschap, omdat zij slechts met de Vormzijde der openbaring rekening houdt, alleen evolutie. De Involutie behoort tot de Levenszijde. De Kracht in het evoluerend wezen die maakt dat de evolutie van elk individu verschilt van die van elk ander, en vrijheid laat aan het scheppende vermogen dat het ontwikkelende wezen moet opbouwen, openbaart zich als epigenesis. In de Rozekruisers Cosmologie vindt men alle drie verenigd, als onmisbaar voor een volledig begrip van de vroegere, huidige en toekomstige ontwikkeling van het Stelsel waartoe wij behoren. De Kosmische Wortel-zelfstandigheid is uitdrukking v.e. pool van de Universele Geest, de Schepper, de andere pool.'


Hoofdstuk VII. ‘De Weg der Evolutie’

Een woord van waarschuwing in verband met diagrammen, welke ter verduidelijking gegeven worden, is hier misschien op zijn plaats. De bestudeerder moet goed bedenken, dat geen enkel ding, dat tot een andereafmeting teruggebracht wordt, ooit nauwkeurig zijn kan. De afbeelding van een huis zou ons zo goed als niets zeggen, als wij nooit een huis gezien hadden. In dat geval zouden wij in de afbeelding niets anders zien dan lijnen en plekken. Het zou geen zin voor ons hebben. Diagrammen ter verduidelijking van bovenstoffelijke dingen geven nog veel minder getrouwe voorstellingen van de werkelijkheid, om de eenvoudige reden dat het huis van drie afmetingen slechts tot twee afmetingen wordt teruggebracht op de afbeelding, terwijl in het geval van Tijdperken, Werelden en Bollen, de feiten in werkelijkheid van vier tot zeven afmetingen hebben, zodat de diagrammen in twee afmetingen, waarin men ze tracht weer te geven, nog zoveel verder van de mogelijkheid van getrouwe weergave afstaan. Wij moeten voortdurend in gedachte houden, dat deze Werelden elkaar doordringen; dat de Bollen elkaar doordringen, en dat de wijze, waarop ze op het diagram afgebeeld worden, overeenkomt met het naast elkaar plaatsen van al de radertjes in een horloge, dat men uit elkaar genomen heeft om te doen zien, hoe het loopt. Willen deze diagrammen voor de bestudeerder enig nut hebben, dan moeten zij geestelijk begrepen worden; anders zullen zij verwarrend werken, in plaats van helpen. […]

Hoofdstuk VIII ‘Het Werk Der Evolutie’ - De Draad van Ariadne-

Nu wij kennis gemaakt hebben met de Werelden, de Bollen, en de Rondten, waarover de weg der ontwikkeling in de zeven Tijdperken loopt, kunnen wij het werk, dat in elk Tijdperk verricht wordt, zowel als de daarvoor gebruikte methoden, nader gaan beschouwen.
De ‘Draad van Ariadne’, die ons door het doolhof van Bollen, Werelden, Rondten en Tijdperken voeren moet, zal gevonden worden, wanneer men bedenkt en goed in gedachte houdt, dat de maagdelijke geesten, die de ontwikkelende levensgolf samenstellen, geheel onbewust werden, toen zij hun ontwikkelingstocht door de vijf Werelden van dichtere substantie dan die van de Wereld der Geestelijke Maagden begonnen. Daar het doel van de evolutie is om hen tot vol bewustzijn te brengen, in staat de stof van al de Werelden te beheersen, zijn ook de omstandigheden, belichaamd in Bollen, Werelden, Rondten en Tijdperken, overeenkomstig dit doel geregeld.
Gedurende het Saturnus, het zonne en het Maan Tijdperk en de afgelopen helf van ons tegenwoordige Aarde Tijdperk hebben de maagdelijke geesten onbewust hun verschillende voertuigen onder toezicht van de verheven Wezens, die hun ontwikkeling leidden, opgebouwd, en zijn langzamerhand wakker geschud, tot zij nu de toestand van waakbewustzijn bereikt hebben. Dit verloop noemt men ‘Involutie’.
Van nu af aan tot het einde van het Vulcanus Tijdperk zullen de maagdelijke geesten, nu onze huidige mensheid, door hun eigen streven en geniale vermogens in de vijf Werelden hun voertuigen volmaken en hun bewustzijn uitbreiden. Dit verloop noemt men ‘Evolutie’. Het bovenstaande is de sleutel tot het begrijpen van hetgeen volgt.
Een grondig begrip van het schema van planetarische ontwikkeling, zoals dit in de voorgaande bladzijden geschetst is, is van onschatbare waarde voor de bestudeerder. Hoewel sommige aanhangers van de wetten van Oorzaak en Gevolg en van Wedergeboorte schijnen te denken, dat het bezit van dergelijke kennis heel onbelangrijk en van weinig nut is, is zij niettemin voor de ernstige bestudeerder van deze twee wetten, van zeer groot belang. Zij oefent het denkvermogen in abstract denken en verheft het boven de alledaagse dingen van het concrete bestaan, terwijl zij de verbeelding helpt om boven de verwarrende verstrikkingen van het eigenbelang uit te stijgen. Zoals wij bij de bestudering van de Begeerte Wereld geconstateerd hebben, is Belangstelling de voornaamste drijfveer tot handeling, maar op onze trap van ontwikkeling, wordt Belangstelling gewoonlijk door Zelfzucht in het leven geroepen. Zelfzucht soms van zeer subtiel karakter, maar zij drijft tot allerlei soort van handelingen aan. Elke handeling, door Belangstelling gevoed, schept bepaalde gevolgen, die op ons inwerken, en bij gevolg zijn wij gebonden door handelingen, welke met de concrete Werelden verband houden. Indien onze denkvermogens zich echter met onderwerpen, als wiskunde of de studie der planetarische ontwikkelingsstadia bezighouden, zijn wij in de sfeer van zuiver Abstrcte Gedachte, niet langer onder invloed van Gevoel, en wordt het denkvermogen opwaarts gericht naar de geestelijke gebieden en naar bevrijding. Wanneer wij derdemachtswortel trekken, of getallen vermenigvuldigen of over Tijdperken, Rondten, enz. denken, dan blijft Gevoel buiten spel. […] in de wiskunde heerst Waarheid en wordt Gevoel op zijde gezet. Daarom vindt de gewone mens, die in zijn gevoelens leeft, wiskunde droog en oninteressant. Pythagoras leerde zijn leerlingen om in de Wereld van Eeuwigen Geest te leven, en zij die van hem onderricht verlangden, moesten eerst de wiskunde bestuderen. Een denkvermogen dat wiskunde bevatten kan, staat boven het gewone peil en is in staat in de Wereld van de Geest op te stijgen, omdat het niet aan de Wereld van Gevoel en Begeerte gekluisterd is. Hoe meer wij ons aanwennen om in termen, ontleend aan de Geestelijke Werelden te denken, des te beter zullen wij in staat zijn om boven de begoochelingen uit te stijgen, welke ons in dit concrete bestaan omringen, war de tweelinggevoelens, Belangstelling en Onverschilligheid de Waarheid verduisteren en ons verblinden, evenals de straalbreking van het licht door de atmosfeer van de Aarde ons onzuivere denkbeelden geeft omtrent de stand van het hemellichaam, dat de stralen uitzendt. Daarom raden wij de bestudeerder, die het vurig verlangen heeft de Waarheid te kennen, de gebieden van de Geest te betreden en te onderzoeken, zich zo snel mogelijk van de boeien van het vlees te bevrijden, als in verband met zijn standpunt van groei veiligheidshalve mogelijk is, ernstig aan het volgende zo grondig mogelijk te bestuderen, te verwerken en verstandelijke beelden van deze Werelden, Bollen en Tijdperken op te bouwen. Indien hij dien weg wenst in te slaan, zijn de studie van wiskunde en Hinton’s werk The Fourth Dimension prachtige oefeningen voor abstract denken.

Maar , we vinden wel degelijk ook een vorm van 'anti-semitisme' terug in deze cosmologie van Max Heindel:
De Christelijke leer van het Nieuwe Testament behoort in het bijzonder bij de baanbrekende Rassen der Westersche Wereld. Zij heeft vooral wortel geschoten onder de bevolking der Verenigde Staten, want daar het nieuwe Ras van het Zesde Tijdvak de eenmaking van alle Rassen ten doel zal hebben, zijn de Verenigde Staten bezig de ‘smeltkroes’ te vormen, waarin al de volkeren der aarde dooreengemengd worden, en uit deze dooreenmenging zal tenslotte het volgende ‘uitverkoren volk’, de nucleus, verrijzen.De geesten uit alle oorden der wereld, die er bewust of onbewust naar gestreefd hebben om de leerlingen van den Christus na te volgen, zullen hier geïncarneerd worden, teneinde hen in de voor die ontwikkeling geschikte omstandigheden te plaatsen.
Daarom verschilt de in Amerika geboren Jood van den Jood uit andere landen. Het feit alleen, dat hij in de westerse wereld geïncarneerd is, wijst erop dat hij bezig is zich vrij te maken van de Ras-geest, en bijgevolg is hij den vastgeroesten, orthodoxe Jood uit de Oude Wereld verre vooruit ; zoals zijn ouders dit trouwens ook reeds waren, anders zouden zij nooit het plan hebben opgevat de oude banden te verbreken en naar Amerika over te steken. Daarom is de Amerikaanse Jood de pionier, die den weg zal voorbereiden, welken zijn landgenoten later zullen betreden.
Zoo zien wij dus dat de Bijbel de leering bevat, die de Westerse volken in het bijzonder nodig hebben: dat zij een les kunnen leren uit het vreeselijk voorbeeld van het Joodse Ras, zooals dit in het Oude Testament beschreven wordt, terwijl zij uit het Nieuwe de leeringen van den Christus kunnen leeren leven, vrijwillig hun lichamen offerend als een levend offer op het altaar van Broederschap en Liefde.
(Blz.315 -316 hoofdstuk;Terug naar de Bijbel)


zaterdag 16 januari 2010

'Europa Mobiliseert 'Captain Basil Liddell Hart - 1937 -











p. 144 / 145
..Het werkelijke doel van een oorlogvoerend land is de oorlogswil van de vijand te breken met het kleinst mogelijke materiele en geestelijke verlies voor zichzelf. Dit is een beperking van het dogma van von Clausewitz over de absolute oorlog, die in onze geschiedenis zijn praktische betekenis bewezen heeft
Inhousopgave

Hoofdstuk XI

'De vorige en de aanstaande oorlog'

‘ Hoe zal de aanstaande oorlog er uit zien?’ ‘Zal hij zoiets als de vorige zijn?’ In de huidige toestand van vrees of berustende nieuwsgierigheid waarin bijna iedereen verkeert worden deze vragen ieder, die het grimmige terrein ontgint dat somtijds’de oorlogswetenschap’genoemd wordt, bijna dagelijks naar het hoofd geslingerd. Die definitie is veel te flatteus – het keurigste commentaar daarop dat tot nog toe onder mijn ogen kwam, was van Rebecca West, die meende dat : ‘vóór de oorlog de militaire wetenschap net een echte wetenschap leek, zoiets als astronomie, maar dat het na de oorlog meer weg had van astrologie’. ( p. 153)

p. 153

p. 154 / 155

…Men mag dus aannemen dat, hoe de komende oorlog zich ook ontwikkelen zal, de oorlogsplannen zich tenminste langs gebruikelijke lijnen zullen ontwikkelen en de inleidende bewegingen volgens een vast plan zullen verlopen – een plan dat de oorlogen uit het verleden hebben aangegeven. Waarschijnlijk zal dat slechts een voortzetting zijn van wat 1918 te zien gaf, of op zijn best, wat 1919 in petto had. Bijna overal neemt men aan dat elke toekomstige oorlog beginnen zal met een geconcentreerde luchtaanval op de vijandelijke hoofdstad. Er zijn m.i. verschillende redenen die twijfel aan deze populaire zekerheid doen rijzen…

Het zou niet verstandig zijn een onbeperkt vertrouwen in de ‘internationale oorlogs-bepalingen’ te stellen. De jongste geschiedenis bewijst te duidelijk dat afspraken gebroken worden zodra ze als gevaarlijke remmen gevoeld worden door een natie die meent voor zijn bestaan te vechten, een overtuiging die dieper wortel schoot naarmate de ‘democratie’ zich ontwikkelde. Maar het zou even onhistorisch zijn de beperkende invloed van zulke afspraken geheel en al te negeren – vooral in de eerste fase van de oorlog, vóór wrijving of rampen in staat zijn geweest het gevoel van spanning te verscherpen.
Meer waarschijnlijk is dat direkt letsel voor de bevolking langs indirecte weg komen zal, door aanvallen op militaire objecten – zoals arsenalen, luchthavens en dokwerven – die in een dicht bevolkte streek liggen.
Een dergelijke dooreenstrengeling begunstigt de meest gewetenloze strijdende partij, daar hem een schone gelegenheid en een verontschuldiging geboden wordt voor een actie die een dubbele uitwerking op de wil van de bevolking zal hebben.

Brandmiddelen die met zware explosieve bommen vermengt worden, - een combinatie die een krachtiger uitwerking schijnt te hebben en in militair opzicht economischer is dan het gebruik van gas – en op licht ontvlambare objecten geworpen worden, kunnen vrij gemakkelijk een grote brand over de gehele omgeving veroorzaken.
Dergelijke branden verspreiden een paniek sneller en over een wijdere omtrek, dan het vernielen van betrekkelijk geïsoleerde woningblokken of kantoor, gelijk het lukraak bombarderen van een stad tot resultaat heeft, bereikt. (p.251)

p. 250 / 251
p. 252 / 253

donderdag 7 januari 2010

De ' Roof-overval ' op het gemeentehuis van Haaren van 14 januari 1944, - copy van het verslag van Martin van de Weijer


Opsporingsbericht uit het Politieblad Udenhout. Merkwaardig is het hier te lezen dat men spreekt van pistolen met lange loop en een revolver met korte loop. Uit het verslag van Martin van de Weijer zou men juist kunnen veronderstellen dat men gebruik gemaakt heeft van twee revolvers met lange loop en een pistool met korte loop (F.N.). Uit het schema van Martin van de Weijer valt immers op te maken dat men in januari 1944 in iedergeval over een revolver beschikt dat men van de veldwachter heeft gekregen op 22 september 1943 en over een F.N. pistool dat men op de 29ste oktober heeft weten te bemachtigen via Bart Vos.


In de nacht van 14 op 15 januari pleegde de verzetsgroep in Haaren, waarvan mijn oom deel uitmaakte, de overval op het Gemeentesecretariaat. In een na-oorlogs verslag van Martin van de Weijer van deze overval voegt hij bij zijn verslag van de overval, waar hijzelf aan heeft deelgenomen, het rapport toe van speurhondenbegeleider Petrus Wens en zijn hond 'Bobby' van de Speurhondenbrigade Bossschenhoofd....
Mijn oom wordt gearresteerd op dinsdag 22 februari 1944 op het station van Den Bosch nadat hij een bespreking heeft gevoerd met zijn commandant 'Paul den Bosch'. Brief van mijn grootmoeder aan mijn vader in krijgsgevangenschap over de arrestatie van zijn jongere broer René.
















De 'verdwenen' strookjes uit 'Les Sept Boules de Cristal' van Hergé 1943/1944



Moloch
'Dat ter ere van het beruchte afgodsbeeld der Ammonieten, de Moloch, kinderen werden verbrand is algemeen bekend. Sommige schrijvers zeggen, dat het reusachtig van afmetingen was en een op een zetel geplaatste mansfiguur met een runderkop voorstelde.
Het geheel was van brons en bevatte, behalve een in het midden gelegen stookplaats, zeven grotere en kleinere ovens, waarin onderscheidelijk verbrand werden: meel, tortelduiven, een ooischaap, een ram, een kalf, een os en een kind. De Moloch schijnt het samenstel der zeven planeten te hebben vertegenwoordigd.
p.23 'Van Heidendom tot Paganisme' Jac. P. van Term (1925)


Het strookje genummerd H-50, van de cartoon 'Les 7 Boules de Cristal' door de Belgische striptekenaar Hergé, werd gepubliceerd in dagblad Le Soir op maandag 14 februari 1944.


Voor de publicatie van het album 'Les 7 Boules de Cristal' (1948) werd de theater-scene deels hertekend door Hergé. Nu wordt, achter het geopende rode gordijn, de decorwand zichtbaar...

…Er bestaat niet zoiets als toeval; de studie van de structuur van de Hogere Werelden volgens Kabbala is niets meer dan een afspiegeling van wat je werkelijk bent.
...Je zag er een glimp van onder de vooringenomen aanname van jou beredenering dat twee totaal verschillende dingen op magische wijze aan elkaar gerelateerd bleken te zijn….
...En dat is niet zo, want de kracht achter het leven is een kompleet holistische werkelijkheid die bestaat uit wijsheid , gevoel en bedoeling en ieder deel daarvan is verbonden met ieder ander deel.
Dus uiteraard heeft alles wat gebeurt een gevolg voor ieder ander ding dat gebeurt… omdat het er al was voorbij Tijd en Ruimte, wachtend op ons….totdat wij in staat zijn het te voelen en waar te nemen.





Vanaf 16 december 1943 wordt in dagblad 'Le Soir' de cartoon 'Les Sept Boules de Cristal' van Hergé geplaatst. Dagelijks één genummerd strookje. Daags na de bevrijding van Brussel - op 2/3 september 1944- krijgt Le Soir krijgt een publicatieverbod opgelegd en wordt publicatie van de vervolgstrip afgebroken.

Als men gaat kijken naar de verschillen tussen de krantenversie en de latere albumversie van de cartoon, dan is er een opmerkelijk 'fenomeen' dat achter een gordijn verborgen blijft in de originele krantenversie.
Sinds de publicatie van het album 'Les 7 Boules de Cristal',in 1948, wordt het rode gordijn geopend afgebeeld en wordt de decorwand achter het podium zichtbaar. Men ziet er, tegen een blauwe achtergrond, een vleermuis afgebeeld en 'Het zegel van Salomon'.



'Het Zegel van Salomon'

Dit Zegel staat voor de verbintenis tussen water en vuur, tussen ziel en geest, tussen zwavel en kwik. De twee overlappende driehoeken symboliseren het verbond tussen hemel en aarde, de eenwording. Ondanks dat de figuren elkaars tegengestelde zijn, worden ze een met elkaar, gaan ze in de ander op. De zes punten van de ster komen overeen met de eerste 6 dagen van de Schepping en geven de 6 alchemistische richtingen aan: noord, oost, zuid, west, boven en beneden. Eén staat symbool voor de Ouroboros, die ingesloten is in zichzelf. Twee is voor vuur en water. Drie is de drie-eenheid. Vier is voor de vier elementen. Vijf is het kwintessens. Zes is kwik.
Uit : 'Sneeuwwitsprookje'



Uit: Drieoek, Delta en Davidsschild ; studien over algemene en Joodse vrijmetselarij door Jac. P. van Term, 1931, Hilversum


Symboliek van de vleermuis

In de iconografie is een vleermuis het symbool van de gepersonifieerde nacht.
De maan geldt als een belangrijke energiebron voor het magische werk. De Maan wordt gepersonifieerd als 'de godin' (van de nacht), net zoals de Zon gepersonifieerd wordt door 'de god' (van het licht). Bij de oude Romeinen was dit de god Apollo .
Zoals bekend doorloopt de Maan een cyclus die start bij nieuwe maan (volledige duisternis) waarna ze in kracht en zichtbare oppervlakte toeneemt tot volle maan en vervolgens weer afneemt naar nieuwe maan.
Wicca maakt gebruik van rituelen ter bekrachtiging van een zeker doel of van een verandering.

• Rituelen bij toenemende Maan
Bij toenemende Maan neemt de energie toe en derhalve is dat de meest geschikte periode om energie te geven aan zaken die naar je toe komen (persoonlijke groei, nieuwe plannen, succes, huwelijk, etc.)

• Rituelen bij afnemende Maan
Bij afnemende Maan neemt de energie af en derhalve is dat de meest geschikte periode om energie te geven aan het uitbannen of voorkomen van negatieve dingen (ziekte, oude gewoonten, etc.)


Bekijk ook deze informatieve website over De cyclus van de zon en de maan.



Strookje H-44 van de cartoon 'Sept Boules de Cristal', afgedrukt in Le Soir van maandag 7 februari 1944.
Ontmoeting met generaal Alcazar hetgeen ons verwijst naar het Kuifje-album 'Het Gebroken Oor' Dit Kuifje-avontuur verscheen aanvankelijk wekelijks in 'Le Petit Vingtième' van 5 dec. 1935 tot en met 25 febr. 1937.
- Tintin reist naar de zuidamerikaanse republiek San Theodoros op zoek naar een gestolen fetisj-.

Volgens de 'Geschiedenis-scheurkalender' van vorig jaar is dit Kuifje-avontuur ontleend aan een waar gebeurd gegeven.


Het stripverhaal verwijst naar de oorlog tussen Paraguay en Bolivia om de Gran Chaco, 1928-1935. Lees : ' The Gran chaco War ' voor een gedetailleerd verslag of het korte verslag : De 'Chaco-oorlog'




De theater-scene met de waarzegster 'Yamilah' - verschenen in Le Soir in januari 1944, vertoont een gelijkenis met het plot van John Buchan's boek ' The Thirty-Nine Steps ' (1914) en de film van Alfred Hitchcock ' The 39 Steps '
De laatste verdwenen strookjes bestemd voor 'Le Soir' de dagen direkt na de bevrijding van Brussel ( ter vergelijking met het thema van 'The 39 Steps'en de actuele gebeurtenissen aan het westelijk front):




Rascar Capac 'Hij-die-het-vuur-uit-de hemel-ontketent' werd door Hergé geïntroduceerd in strookje H-87 van de cartoon 'Les Sept Boules de Cristal'. Strookje H-87 werd -volgens mijn berekening- op 28 maart 1944 gepubliceerd in dagblad Le Soir.